Lens kiezen - De informatieve site voor iedereen die vragen heeft over fotografie

Ga naar de inhoud

Lens kiezen

Cameratechniek

Lens (objectief) kiezen:  

Welke lens kun je gebruiken voor welke toepassing?

Onderstaande lijst is gebaseerd op het "Full Frame" sensor formaat, welke gelijk is aan kleinbeeldfilm 24x36 mm.
Heb je een camera met een kleinere sensor dan zul je de 'cropfactor' toe moeten passen. Als voorbeeld; Een lens met een brandpuntsafstand van 55 mm "full frame" komt overeen met een brandpuntsafstand van 36mm op een digitale camera met cropfactor is 1,53.  De beeldhoek is dan (bij vergelijkbare opnameafstand) ongeveer gelijk.

Type

Brandpuntsafstand

Diagonale beeldhoek (circa)

Toepassing

Fisheye

<< 15mm

180->>°

Landschappen en speciale effecten

Ultra groothoek

15-24 mm

84-100°

Landschap en interieur

Groothoek

28-35 mm

63-75°

Steden, Dorpen, Landschap en interieur

Standaard

45-55 mm

43-55°

Steden, Dorpen, Landschap

Portret

60-135 mm

18-40°

Portret en landschappen

Tele

135-300 mm

8-18°

Sport, Dieren, Wild

Supertele

>> 300mm

2-8°

Dieren (vogels)


Bij de aanschaf van een compact camera heb je voor wat de lens betreft weinig te kiezen omdat deze niet verwisselbaar is. Deze camera's zijn vrijwel altijd uitgerust met een (ook nog eens inschuifbare) zoomlens om het de gebruiker zo makkelijk mogelijk te maken. Ga je naar de category van camera's met verwisselbare lenzen (Hybride, Systeem, DSLR, midden en grootformaat) dan is er keus te over. Heel vaak worden camera''s aangeboden met een zgn. 'kitlens' waarbij de prijs is gebaseerd op de body + lens. Deze lens is dan meestal een zoomlens, die voordelen heeft, maar ook nadelen. Een zoomlens is in feite een compromis, waarbij iets aan kwaliteit wordt ingeleverd ten gunste van flexibiliteit. Het alternatief is de aanschaf van een of meerdere lenzen met een vast brandpunt, de zgn. 'Prime-lenzen'.

Voordelen zoomlens:

- Flexibiliteit door een groter bereik over meerdere brandpuntsafstanden.
- Relatief goedkoper doordat ze meerdere objectieven met een vast brandpunt vervangen (van groothoek tot tele, of super-tele).
- Minder 'gesjouw' met een aantal 'vast brandpunt-lenzen'.  

Nadelen zoomlens:

- Geringere afbeeldingskwaliteit dan een 'prime-lens' doordat de lens is opgebouwd uit meer glaselementen. Dit vertaald zich in mindere scherpte en vertekening, veroorzaakt door een lagere contrast overdracht en een lager scheiden vermogen.
- Relatief zwaarder dan een 'prime-lens', doordat ze vaak groter zijn en meer glaselementen bevatten
- Minder lichtsterk dan een 'prime-lens'. Hoe meer glas en hoe langer de buis, des te meer lichtverlies. Dit vertaalt zich in de grootst mogelijke diafragma opening (kleinste getal), die bij een bepaalde ingestelde brandpuntsafstand minder groot zal zijn dan een 'prime-lens'met een overeenkomstig vast brandpunt. Je ziet ook dat de specificaties van een zoomlens naast de haalbare brandpunstafstandenvaak twee diafragma getallen bevatten, bijv. als je op een lens het volgende ziet: 18-135mm 1:3,5-5,6 wil dit zeggen dat als de lens wordt gebruikt op de 18mm stand (groothoekig), de grootste diafragma opening f/3,5 is en wanneer is ingezoomd tot 135mm, de lichtsterkte nog maar f/5,6 is. Dit is logisch, want bij het inzoomen zal de buis langer worden, waardoor er meer lichtverlies zal optreden.    

Voordelen lens met vast brandpunt (prime lens):

- Kwalitatief beter dan een zoomlens voor wat betreft vertekening, contrastoverdracht en scheidend vermogen (scherpte).
- Relatief hogere lichtsterkte.
- Relatief minder zwaar.

Nadelen lens met vast brandpunt (prime lens):

- Minder flexibel (vaker van lens moeten wisselen bij verschillende opname situaties).
- Relatief duurder (1 zoomlens kan soms 3 verschillende 'prime lenzen' vervangen.   
- Meer gesjouw met lenzen, als je voor iedere situatie een aparte lens bij de hand wilt hebben.

Optimale diafragma:

Belangrijk om te vermelden is dat iedere lens een 'optimaal diafragma' heeft, waarbij de scherpte en het scheidend vermogen het grootst zijn. Meestal is deze gunstige opening wat kleiner (dus hoger F-getal) dan de volle lensopening (bijvoorbeeld: volle lensopening = f/2,0 en diafgrameren tot f/5,6 geeft beste resultaat). Het kan bij sommige lenzen echter ook voorkomen dat juist bij volle lensopening het hoogste scheidend vermogen wordt bereikt,
Minder goede lenzen geven pas hun maximale scherpte bij vrij sterk diafragmeren.

Full Frame versus Crop:

Bij analoge fotografie wordt als 'vuistregel' voor het bepalen van de 'standaard lens' de diagonaal van  het negatief formaat gemeten. Bijvoorbeeld bij kleinbeeld film formaat 24x36 mm is de diagonaal ca. 44 mm, dus standaard lenzen voor dit formaat bevinden zich in die range. Alles wat kleiner is valt in de range 'licht-groothoek' --> 'groothoek' --> 'fish eye' en alles wat groter is in de range 'licht-tele' --> 'tele' --> 'super-tele'. Voor 6x6 film formaat is de diagonaal ca. 85mm, dus standaard lenzen voor dit formaat bevinden zich in die range. Dus ca. 45-50mm is 'standaard'voor een analoge kleinbeeldcamera, terwijl 50mm 'groothoekig' is op een 6x6 middenformaat camera.
Bij digitale 'kleinbeeld' camera's met een zgn. "Full Frame Sensor" is dit vrijwel 'gelijk, aangezien de sensor het formaat heeft van kleinbeeldfilm 24x36 mm (hier is de term "full frame" van afgeleid), echter veel digitale camera's op de consumentenmarkt hebben een sensor die kleiner is, bijv 23,6x15,8 mm(zie ook de pagina Camera beeldsensor), waardoor de beeldhoek van een lens zal veranderen. Ter vergelijking: Een 50mm lens op een DSLR met een "23,6x15,8mm sensor" heeft een beeldhoek die gelijk is aan een 75mm lens op een "full frame sensor". Dit verschil noemt men de 'crop factor', die in dit geval 1,5 is (50 mm x 1,5 = 75 mm).


Wil je bijvoorbeeld een test of specificatie lezen van een lens, kijk dan bij de links op de pagina Camera Kiezen.




Copyright 2011-2018 All rights reserved Webdesign: Hans Schalk
Terug naar de inhoud

Aantal bezoekers