Fotowoordenboek - De informatieve site voor iedereen die vragen heeft over fotografie

Ga naar de inhoud

WOORDENBOEK FOTOGRAFIE

Inleiding: Klik op een van de onderstaande letters om direkt naar deze categorie te 'springen'. Hier staat een beperkte uitleg van de betekenis. Voor meer uitgebreide uitleg kunt u door op de woorden te klikken (indien van toepassing) een link openen naar de Internet-encyclopedie "Wikipedia". Hierbij is zoveel mogelijk gelinkt naar de Nederlandstalige versie, maar omdat het fotografie jargon vele Engelse benamingen en uitdrukkingen bevat zijn sommige woorden naar de Engelstalige versie van "Wikipedia" gelinkt.

A-B-C-D-E-F-G-H-I-J-K-L-M-N-O-P-Q-R-S-T-U-V-W-X-Y-Z

                     

A

AA - Veelgebruikte afkorting voor penlite-batterijen. In de wereld van de digitale camera verwijst dit naar een veel  voorkomende krachtbron, de batterij van AA-formaat. Verden worden natuurlijk ook oplaadbare accu's gebruikt, zoals de "NiCd-accu", de "NiMH"-accu en de "Lithium Ion"-accu.

AA Filter
– De meeste digitale SLR camera’s gebruiken een LPF (Low Pass Filter) of anti-aliasing (AA) filter in de voorkant van de sensor om “kleur aliasing” (moire) problemen te verhelpen.

AAA
- Het kleinere type penlite batterij, ook wel mini-penlite genoemd. Deze wordt meestal gebruikt voor afstandsbedieningen, maar ook voor sommige camera's.

Abberatie - De naam voor beeld- of lensfouten in een optisch instrument (foto objectief) en afgeleid uit het Latijns.  Deze lensfouten kunnen zijn; Chromatische abberaties en niet Chromatische abberaties, waaronder; Sferische abberatie - Astigmatisme - Coma - Vignettering of lichtafval - Beeldwelving - Vertekening - Interne reflecties - Kleurzweem.

Achromatische kleuren
- Achromatische kleuren zijn kleuren zonder kleurtoon zoals wit, grijs en zwart. Chromatische kleuren zijn kleuren met een kleurtoon
Kleurtoon wil zeggen: de eigenschap van kleur, waaraan ze haar naam ontleent. De kleuren wit, zwart en grijs zijn eigenlijk niet-kleuren. Dit drietal niet-kleuren speelt een belangrijke rol bij de grijsmengingen, de grijswaarde en de kleurwaarde van een kleur. Kijk maar eens naar rood, waaraan wit wordt toegevoegd: het wordt rose. Naarmate er meer wit wordt toegevoegd wordt het rose lichter en lichter. De kleurtoon verandert. Maar neem nu eens hetzelfde rood en voeg er zwart aan toe. Dan wordt de kleur -naarmate er meer zwart wordt toegevoegd- donkerder.Wordt de basiskleur puur genomen en wordt er niets aan toegevoegd, met andere woorden: honderd procent van één kleur, dan wordt het begrip verzadiging gebruikt.

AC Power adapter
– Gebruikt om bijv. een camera direct op stroom via het stopcontact aan te sluiten in plaats een accu of batterijen.

AD Converter
– (Analoog naar Digitaal omvormer). Een apparaat waarmee analoge gegevens (een foto of een video frame) worden omgezet in een reeks nummers die een computer kan opslaan en manipuleren. Alle digitale camera’s gebruiken een A/D convertor, hoe hoger de bit-rate des te beter de uitvoer. Moderne hoge-resolutie digitale camera’s gebruiken een 12-bits of 14-bit A/D ter verhoging van het dynamisch bereik (bereik van het licht van hoge lichten naar schaduw).

AE (Auto Exposure)
Automatische belichting, een systeem voor het automatisch instellen van de juiste belichting bij de bestaande licht omstandigheden. De meest voorkomende soorten AE systemen zijn:

  • Automatisch: Hierbij kiest de camera automatisch de beste sluitertijd en diafragma.

  • Geprogrammeerd: Bijna gelijk aan ‘automatisch’, maar hierbij kan men eenvoudig switchen naar andere combinaties van diafragma en sluitertijd.

  • Diafragma prioriteit: De gebruiker kiest een diafragma waarde en de sluiter snelheid wordt automatisch bepaald door de licht omstandigheden.

  • Sluiter prioriteit, De gebruiker kiest een sluiter tijd en het diafragma wordt automatisch bepaald door de licht omstandigheden.


AE Lock
- De mogelijkheid om de huidige belichtings instellingen te behouden en deze op een andere opname toe te passen. Dit gebeurt meestal door de opnameknop half in te drukken en vast te houden op die positie totdat u klaar bent om de opname te maken.

AF (Auto Focus)
- Automatisch scherpstellen.

Afdrukvertraging (Shutter Lag)
- De tijd die verstrijkt tussen het drukken op de knop en het werkelijk maken van de foto.

After focus camera - Een camera waarbij het beeld niet vooraf, maar pas achteraf wordt scherpgesteld. De eerste representant van dit revolutionaire type camera is de 'Lytro Light Field Camera', welke is uitgebracht in oktober 2011.

Algoritme - Een wiskundige routine om een probleem of vergelijking op te lossen. In de beeldvorming, wordt de term meestal gebruikt om de set routines te beschrijven die zorgen voor een compressie- of die van het kleur management programma.

Anti-Shake (foto stabilisatie)
– De "Anti-Shake" functie is het systeem om camera beweging compenseren en vervagen bij langere sluitertijden te minimaliseren. Dit type van beeldstabilisatie in de camerabody van een DSLR betekent dat het niet hoeft te worden ingebouwd in de objectieven en dus het maakt ze lichter en minder duur. Zie ook "Beeldstabilisatie".

Aperture
- Engelse term voor diafragma.

Apochromaat of Apochromatisch lenzenstelsel: Heeft betrekking op een objectief waarbij de chromatisch abberatie zoveel mogelijk is gekorrigeerd.   

Archief- Een verzameling van gegevens in de lange termijn opslag.

Artifact(ing)
- Verkeerd geïnterpreteerde informatie van een JPEG of gecomprimeerde kopie. Dit geeft kleurfouten of lijnfouten met op de afbeelding zichtbaar negatieve gevolgen.

Asferische Lens - Een lens waarvan de randen zodanig zijn afgevlakt dat het geen perfecte bol is, produceert een superieur beeld.

Astigmatisme - (betekenis =  "niet puntvormig") Dit is een optische beeldfout. Als we aannemen dat een schuin invallende lichtbundel, de lens niet meer als rond, maar als een ellips ziet, blijkt dat deze fout onstaat doordat in de lengterichting van de ellips de lens het licht 'zwakker breekt' dan in de breedterichting.  

Automatische belichting
- De camera past automatisch het diafragma, de sluitertijd, of beiden aan voor de juiste belichting.

Autofocus
– De cameralens stelt zich automatisch scherp op het onderwerp, gewoonlijk wanneer de ontspanknop half ingedrukt wordt.

AVI
- Filmbestand in Windows ‘AVI-formaat’.

AWB
- Automatische witbalans. Een systeem voor automatisch instellen van de witbalans in digitale camera's. Zie ook "Witbalans"


Achtergrondverlichting (Back Lit/Back light)
- De verlichting van een kleuren LCD scherm. De eerste LCD schermen gebruikten hoog voltage fluorescentie lampen. De nieuwere LCD's  gebruiken witte LED's die veel efficiënter met energie omspringen.

B

B&W (Black and White) - Term gebruikt in de betekenis van zwart-wit.

B+W - Naam van een fabrikant van fotografische filters (B+W filters) die in Berlijn opgericht is in 1947, door de business partners Biermann and Weber. Tegenwoordig Schneider - Krueznach.


Beeldhoek - De beeldhoek wordt berekend door de brandpuntsafstand van de lens en de grootte van de beeldsensor. Bij digitale consumentencamera’s zijn de brandpuntsafstanden meestal aangegeven in termen van hun 35mm analoge film equivalenten. Voor digitale SLR camera's met verwisselbare lenzen is het lastiger omdat verschillende camera's verschillende formaat sensoren hebben.

Beeldruis
- Ontstaat vooral als je bij weinig licht hogere ISO-waarden gebruikt. De foto wordt grover en je ziet willekeurig gekleurde pixels in de foto.

Beeldsensor (beeldchip) - Het onderdeel in de digitale camera dat het licht dat door de lens naar binnenvalt, registreert het beeld via miljoenen lichtgevoelige elementen. De meest gebruikte beeldsensoren zijn de CCD en de CMOS. Een minder gebruikte is de Foveon-sensor.

Beeldstabilisatie (Image Stabilizer) - Systeem dat ervoor moet zorgen dat foto's bij langere sluitertijden of ver inzoomen niet ‘bewogen’ zijn. Een mechanisch of optisch systeem heeft de voorkeur. Een digitaal/elektronisch systeem heeft namelijk impact op de beeldkwaliteit. Een optisch of mechanisch systeem vermindert (als het goed is) de onscherpte die veroorzaakt wordt door de beweging van je hand. Als je onderwerp beweegt, helpt een dergelijk systeem niet om de onscherpte te verminderen.

Beeldstabilisatie, digitaal of elektronisch
- Bij digitale beeldstabilisatie, aangegeven met verschillende namen (bijv. digital shake reduction) wordt bijvoorbeeld de ISO-waarde automatisch verhoogd, zodat ook een kortere sluitertijd ingesteld kan worden. Dan wordt je plaatje inderdaad minder onscherp, maar een hogere ISO-waarde zorgt voor meer beeldruis. Om dat weer te verminderen, voeren veel camera’s die deze functie hebben, ook softwarematige verscherping en ruisonderdrukking uit. Maar het algehele kwaliteitsverlies is aanzienlijk. Soms zien de foto’s er wel wat scherper uit, maar het effect is: minder ruis (een ‘zachter’ plaatje) en minder goede resolutie in de fijne details (door de verscherping). Maar in veel gevallen is de overblijvende ruis duidelijk zichtbaar en erger dan wanneer de ‘stabilisatie’ functie uit staat.

Beeldstabilisatie, mechanisch
- Een mechanisch beeldstabilisatiesysteem zit bij de beeldsensor. Met sensoren wordt de horizontale en verticale snelheid gedetecteerd die meteen door beweging van de beeldsensor wordt gecompenseerd.

Beeldstabilisatie, optisch
- Een optisch beeldstabilisatiesysteem maakt deel uit van de lens. Met sensoren wordt de horizontale en verticale snelheid gedetecteerd die meteen door het lenselement wordt gecompenseerd.

Beeldverhouding (aspect ratio)- De verhouding tussen de horizontale en verticale afmetingen van een afbeelding. De meest gangbare breedte-hoogteverhouding bij digitale camera’s is 4: 3, zodat afbeeldingen "correct” op computer beeld schermen passen (800 x 600, 1024 x 768, 1280 x 1024) en standaard TV-schermen. Vele camera's bieden een 3: 2-modus, zodat u "perfecte "10 x 15 cm prints kunt afdrukken zonder dat bijsnijden nodig is. Sommige camera’s hebben nu ook een 16: 9-modus, zodat een passende weergave op breedbeeld HD-TV monitoren mogelijk is. Wilt u uw foto's probleemloos afspelen op een breedbeeld HD-TV, 're-size' de foto's dan naar bijv. het formaat 1920 x 1080.

Beeldwelving - Een optische fout (voorkomend bij enkelvoudige lenzen), waarbij het scherpe beeld niet in een plat vlak ligt. Bij sommige goedkope analoge camera's werd om dit verschijnsel op te heffen de achterwand licht gebogen.   

Belichtingscorrectie (Belichtingscompensatie)
- Hiermee kun je een foto wat donkerder of lichter maken dan met de dan geldende instellingen. Op de camera meestal aangegeven met een vierkant plus/min symbooltje en/of de afkorting EV (Exposure Value).

Belichtingsprogramma
- Bij digitale camera's kun je fotograferen in de automatische stand en bij meer geavanceerde camera's ook volledig handmatig. Daartussenin hebben fabrikanten de mogelijkheid gecreëerd om zonder fotografische kennis zelf instellingen te doen die passen bij de situatie waarin gefotografeerd wordt. Je kunt kiezen tussen verschillende belichtingsprogramma's, bijvoorbeeld sneeuw & strand, kaarslicht, vuurwerk.

Bit - De kleinste eenheid van geheugen; een samenvoeging van ‘binary’ en 'cijfer'. Binaire cijfers zijn 0 en 1.

Bit diepte
- Dit verwijst naar de kleur of grijsschaal van een afzonderlijke pixel. Een pixel met 8 bits per kleur geeft een 24-bits afbeelding. (8 Bits X 3 kleuren is 24 bits.) Een 24-bits kleurenresolutie komt overren met 16,7 miljoen kleuren.

Bitmap
- De methode voor het opslaan van informatie van afbeeldingpixels, bit na bit. Er zijn vele bitmap bestandsformaten,. BMP, PCX, PICT, TIFF, TIF, GIF, enzovoort. De meeste beeldbestanden zijn ge-bitmapped.

Blooming
- Een visueel effect veroorzaakt door overbelichting van een CCD. Deze "digitale overbelichting" kan leiden tot verstoringen van het onderwerp en/of kleur, met name kan dit leiden tot lichtvlekken en vervormingen aan de randen van onderwerpen.

Bluetooth - Een draadloze standaard voor het aansluiten van camera's, laptops (ook hand-held computers), desktopcomputers en mobiele telefoons. Maakt gebruik van zeer hoge frequentie radiogolven. Blue Tooth apparaten kunnen wanneer in-bereik (minder dan 1000 meter) van elkaar gemakkelijk een verbinding tot stand brengen.

BMP
- Indeling voor bitmap grafische bestanden populair bij Windows-computers. Dit is een niet-gecomprimeerde bestandsindeling zoals ook bijv. TIFF.

Bokeh - Japans voor 'onscherpte'. Dit drukt de kwaliteit van onscherpte uit, van voorwerpen die buiten het scherptevlak liggen.


Bounce flash (indirekt flitsen) - Een flitsmethode, waarbij via het plafond, de muur of een reflector wordt geflitst. Hierdoor onstaat veel zachter licht en minder harde schaduwen dan bij de direkte flits.

Bracketing – Is een methode om automatisch meerdere foto's achter elkaar nemen met verschillende belichtingswaarden (bijvoorbeeld een halve stop onderbelicht, normaal belicht, een halve stop overbelicht). Meestal kan men de mate van onder- en overbelichting instellen (1/3 stop of meer). Wordt o.a. gebruikt bij het fotograferen van onderwerpen met een hoog contrast waarbij het moeilijk is te schatten wat de beste belichting moet zijn. Bracketing wordt ook toegepast bij , waarbij de diafragmaopening constant wordt gehouden (zelfde scherptediepte) omdat de foto’s bewerkt zullen worden tot één foto met verhoogd contrast.
Bracketing kan ook handmatig worden ingesteld (de fotograaf neemt zelf een aantal foto’s van hetzelfde onderwerp achter elkaar) maar de betere camera's kunnen een automatische bracketing uitvoeren. In plaats van de belichtingswaarde kan bijvoorbeeld ook de witbalans gewijzigd worden.

Brandpuntafstand - Afstand van het brandpunt tot het midden van de lens- of spiegelpunt, waarin lichtstralen na breking elkaar snijden.

Bridge-camera
- Een compact camera die qua gewicht, formaat en instelmogelijkheden in de buurt komt van een spiegelreflexcamera, maar niet het spiegelsysteem heeft, geen verwisselbare lenzen en een kleinere beeldsensor.

Buffer - Een tijdelijk opslag gebied meestal in RAM. Het doel van een buffer is om te fungeren als een tijdelijke ruimte voor gegevens die de CPU kan manipuleren voordat ze worden overgedragen naar een apparaat.

Byte
- Een verzameling van acht bits geheugen in een computer.

Bulb (tijdopname)
- Als je camera in de bulb-stand staat, kun je de sluitertijd handmatig beinvloeden. De sluiter blijft net zo lang open als je de knop ingedrukt houdt.

BSS (Best Shot Selector) - Als u deze functie inschakelt (indien aanwezig), maakt de camera snel maximaal 10 foto’s achter elkaar en kiest daar de beste uit.

C

Candela (cd) - Eenheid van lichtsterkte volgens het SI-stelsel en is
de hoeveelheid licht (lumen) in een bepaalde driedimensionale hoek (steradiaal). 1cd = 1 lumen in een ruimtehoek van 1 steradiaal.
(zie ook Lux en Lumen).


CCD (Charge-Coupled Device) - CCD (Charge-Coupled Device): Type beeldsensor. In een CCD wordt de hoeveelheid licht geregistreerd, maar om een digitaal signaal te maken is een apart onderdeel in de camera nodig. Nadelen t.o.v. CMOS: duurdere productie, afwezigheid digitaal signaal, dus extra elektronica nodig en hoger energiegebruik.

CF (CompactFlash) - Type geheugenkaart dat vooral gebruikt wordt voor spiegelreflexcamera’s, hoewel ook daarin steeds vaker SD(HC) kaartjes gebruikt worden. CF I is 3,3 mm dik, CF II = 5 mm.

CD (Compact disc)
- Opslagmedium (alleen lezen) met een capaciteit van 650 MB aan digitale data.

CD-R
- Compact Disc-Recordable - Een CD die u slechts eenmalig kunt beschrijven maar vele malen kan worden gelezen. Deze kan 650 ~ 700 MB aan digitale gegevens bevatten.

CD-RW
- Compact Disc-Rewritable – Een CD die vele malen opnieuw kan worden beschreven en weer gewist. Deze kan ongeveer 450 MB aan gegevens bevatten.

Chromatische aberratie
- Optische lensfout waarbij scherpe overgangen een purperen franje vertonen. Het effect is vaak te zien bij tegenlicht. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat lenzen golflengtes van verschillende frequentie (=verschillende kleuren) verschillend breken. Alle lenzen zijn tegenwoordig kleur-gecompenseerd (apochromatisch), maar de mate van correctie is verschillend van lens tot lens. Purper zit aan de rand van het spectrum en kan daarom moeilijker gecompenseerd worden.

Chroma Key -  (ook wel Blue-screening, Green-screening en kleurwaarde) is een techniek die vaak wordt gebruikt binnen de filmwereld. maar ook in de fotografie. Hierbij wordt als eerst een onderwerp gefilmd/gefotografeerd tegen een groene of blauwe achtergrond. Daarna kan men met kleurenfilters, of tegenwoordig met computers, die achtergrond doorschijnend maken zodat het gefilmde/gefotografeerde object voor een andere achtergrond geplaatst kan worden.

Chromatische kleuren -
Chromatische kleuren zijn kleuren met een kleurtoon. Achromatische kleuren zijn kleuren zonder kleurtoon zoals wit, grijs en zwart.
Kleurtoon wil zeggen: de eigenschap van kleur, waaraan ze haar naam ontleent. De kleuren wit, zwart en grijs zijn eigenlijk niet-kleuren. Dit drietal niet-kleuren speelt een belangrijke rol bij de grijsmengingen, de grijswaarde en de kleurwaarde van een kleur. Kijk maar eens naar rood, waaraan wit wordt toegevoegd: het wordt rose. Naarmate er meer wit wordt toegevoegd wordt het rose lichter en lichter. De kleurtoon verandert. Maar neem nu eens hetzelfde rood en voeg er zwart aan toe. Dan wordt de kleur -naarmate er meer zwart wordt toegevoegd- donkerder.Wordt de basiskleur puur genomen en wordt er niets aan toegevoegd, met andere woorden: honderd procent van één kleur, dan wordt het begrip verzadiging gebruikt.


CIFF - Camera Image File Format, een overeengekomen methode van digitale beeldopslag gebruikt door vele cameramakers. (
Inmiddels vervangen door een ander file format).

CMOS
 (Complementary  Metal Oxide Semiconductor) - Een sensor systeem gebruikt door digitale camera’s. CMOS is minder populair dan CCD, maar in de toekomst zullen er waarschijnlijk nog betere digitale camera’s met CMOS sensoren zullen komen. Dit komt door het lagere energie verbruik ten opzichte van de CCD-sensor.

CMS
- Color Management System. Een softwareprogramma (of een combinatie van software en hardware) ontworpen om de kleuraanpassing en kalibratie tussen video of computer beeld schermen en de uiteindelijke print, uit te balanceren.

CMYK
- Cyaan, magenta, geel, zwart; Dit zijn de printer kleuren, gebruikt om kleur afdrukken te maken. De meeste kleurenprinters, ink-jet, laser, dye-sublimation en thermische printers gebruiken deze als print kleuren. (Dit is een van de kleur managementproblemen voor computers. Het converteren van RGB bestanden naar CMYK-bestanden is vaak de oorzaak van kleur verschuivingen.)


Codec – Soft- of hardware die het toelaat om informatie te comprimeren, zodat het sneller kan worden verzonden via een netwerk. De informatie wordt weer gedecomprimeerd na ontvangst via het netwerk.

Coma - Dit is de sferische abberatie van schuin invallende lichtstralen (zie ook sferische abberatie). In tegenstelling tot sferische abberatie, kan deze fout niet worden verholpen door sterker diafragmeren.  

COM-poort
- Uw computer heeft seriële communicatie poorten die de standaard RS-232 communicatie ondersteunen. Dit was vroeger de meest voorkomende interface gebruikt om de gegevens van een digitale camera over te brengen naar de computer. Tegenwoordig is dit USB.

Complementaire kleuren
- Het gaat hier om kleuren, die elkaar aanvullen (technisch gesproken: kleuren, die bij menging in de juiste verhouding, zwart opleveren). Om een paar voorbeelden te noemen: groen en rood vormen een complementair koppeltje (contrastkleur). Zo is het ook met geel en paars, blauw en oranje. Als er met twee complementaire kleuren wordt gewerkt, ontstaan boeiende kleurharmonieën. Dit samengaan van twee complementaire kleuren geeft een effekt van uiterste spanning

Compressie
- Een digitale foto heeft een enorm groot afbeeldingsbestand. Een foto met een lage resolutie van 640 x 480 heeft 307200 pixels. Als elke pixel 24 bits (3 bytes) voor ware kleuren gebruikt, neemt een enkele afbeelding meer dan 1 megabyte opslagruimte in beslag. Om afbeeldingsbestanden kleiner te maken maakt bijna iedere digitale camera gebruik van  enige vorm van compressie. Zie ook "JPEG".

Continue auto focus
(continu-AF) - Het autofocus (automatische scherpstelling) systeem  werkt continu en zelfs voordat de ontspanknop wordt ingedrukt.

Contrast
- Een maatstaf voor de omvang van de helderheid in een afbeelding. Bij veel zon krijgt je foto vaak een hoog contrast tussen schaduw- en lichte delen. Als het contrast te hoog is, gaan details verloren in de lichtste en/of donkerste delen van een foto.

Convergentie - Verschijnsel in de optica dat stralen uit een lichtbundel samen komen in 1 punt (het brandpunt). Het tegenovergestelde is 'Divergentie'.

Convergerende lijnen -  Perspectiefprobleem, vooral voorkomend bij onderwerpen waarin zich verticale lijnen bevinden (architectuur, interieurs etc.). Hierbij lijkt het op de foto, alsof het onderwerp achterover lijkt te vallen doordat de lijnen
van beneden naar boven naar een verdwijnpunt toelopen (piramide model). Tegenovergestelde is 'Divergerende lijnen'. Zie ook het onderwerp 'Architectuur'.

CMOS (Complementary Metal Oxide Semiconductor)
- Type beeldsensor. In een CMOS-sensor wordt het licht niet alleen geregistreerd, maar ook omgezet in een digitaal signaal. Voordelen t.o.v. CCD zijn: goedkopere productie, direct digitaal signaal, dus geen extra elektronica nodig en lager energiegebruik. Inmiddels verholpen nadelen waren: ruispatroon en lagere lichtgevoeligheid.

Compactcamera (Point and Shoot)
- Een camera uit één geheel.

Crop-factor - De crop-factor is de verhouding tussen de diagonalen van twee opnameformaten, namelijk die van de digitale sensor en die van kleinbeeld (meestal het referentie formaat). De crop-factor duidt aan in welke mate de beeldsensor van een fototoestel groter of kleiner is dan bijvoorbeeld een 35mm negatief.
Vermenigvuldiging van de brandpuntsafstand van een objectief met de crop-factor geeft de brandpuntsafstand van een objectief met dezelfde beeldhoek als gebruikt op het referentieformaat. Aldus kan men de brandpuntsafstand van digitale camera's vergelijken met het equivalent voor het kleinbeeldformaat.

D

Decompressie - Het proces waarbij de volledige gegevensinhoud van een gecomprimeerd bestand wordt hersteld.

Dedicated Flitser - Een elektronische flitser die is gemaakt voor gebruik met een specifiek cameramodel. Canon, Nikon, Olympus en andere camera merken hebben specifieke elektrische contacten in de flits schoen om gegevens over TTL-meting (door de lens lichtmeting) en brandpuntsafstand door te geven aan de flitser. Je kunt bijvoorbeeld niet zonder gevolgen een dedicated Canon flitser op een Nikon camera zetten. Er zijn verder wel ‘vreemd merk’ flitserfabrikanten die ook dedicated flitsers maken. (waaronder bijv. Metz). Hierbij zijn verschillende typen flitsers te koop die speciaal zijn uitgerust voor gebruik op een bepaald merk/type camera.    


Densitometer
- Een hulpmiddel voor het meten van de hoeveelheid licht die wordt gereflecteerd of verzonden door een object.

Diafragma
- De lensopening gevormd door het iris-diafragma in de lens.

Diafragma-opening - De opening waardoor het licht op de beeldsensor valt. De grootte ervan is afhankelijk van de instellingen. Bij een kleinere opening is de sluitertijd langer en de scherptediepte groter.

Diafragma-prioriteit/Voorkeur - Op de camera meestal aangeduid met A (Aperture) of Av (Aperture value). In deze stand kies je zelf de diafragma-opening en de camera kiest de bijbehorende sluitertijd.

Diafragmagetal - De waarde waarmee de grootte van de diafragmaopening wordt aangegeven. Hoe lager de waarde, des te groter de opening. Op de lens van een camera staat meestal achter een één met een dubbele punt aangegeven wat de grootst mogelijke opening is in groothoekstand en in telestand, bijvoorbeeld 1:2.8-5.6.

Diagonaal methode - Compositieregel in de fotografie, ondekt in 2006 door de Nederlander Edwin Westhoff.

Diffractie (buiging) -  Elke afwijking van de rechtlijnige voortplantingsrichting van een golfbeweging die niet door breking, reflectie of verstrooiing wordt veroorzaakt.

Digitale zoom
- Bij digitaal zoomen wordt ingezoomd op de foto zelf (een kleiner deel van de sensor wordt gebruikt). Optische effecten zoals het 'platter' worden van het beeld bij een telelens zijn er niet. Het is vergelijkbaar met het achteraf bijsnijden van een foto. Bij een groot aantal pixels is enigszins digitaal zoomen geen probleem.

Digitale beeld stabilisatie (DIS = Digital Image Stabilization) - Een elektronische methode voor het minimaliseren van het effect van camera bewegingen tijdens video-opnamen. De meest voorkomende methode van DIS is het elektronisch bijsnijden van de randen afhankelijk van de richting van de beweging van de camera en deze in een groter frame te vangen.

Digitalisering- Het proces van het omzetten van analoge gegevens in digitale indeling voor gebruik door een computer.

DIN-formaat - Standaard voor papier (ook fotopapier) formaat, waarbij de lengte-breedteverhouding = 1:1,414. Het grondformaat = A0 - 841x1189mm. De andere afmetingen onstaan door telkens de lengteafmeting te halveren.
A0 = 841x1189 mm
A1 = 594x841 mm

A2 = 420x594 mm
A3 = 297x420 mm
A4 = 210x297 mm
A5 = 148x210 mm
A6 = 105x148 mm
A7 = 74x105 mm
A8 = 52x74 mm
Enzovoorts...

Dioptrie aanpassing
- Hiermee stelt u de optische zoeker in op het zicht van de gebruiker (oogcorrectie + of -). Niet alle camera's hebben deze functie.

Divergentie - Verschijnsel in de optica dat stralen uit een lichtbundel uiteenlopen. Het brandpunt van een divergente lichtbundel bevindt zich achter de lichtbron (virtueel brandpunt). Het tegenovergestelde is 'Convergentie'.  

Divergerende lijnen -  Perspectiefprobleem, vooral voorkomend bij onderwerpen waarin zich verticale lijnen bevinden (productopnamen, interieurs etc.). Hierbij lijkt het op de foto, alsof het onderwerp voorover lijkt te vallen doordat de lijnen
van boven naar beneden naar een verdwijnpunt toelopen (omgekeerde piramide model). Tegenovergestelde is 'Convergerende lijnen'. Zie ook het onderwerp 'Product fotografie'.

DOF
– Engelse afkorting voor Depth of Field (Scherptediepte).

Doorzichtzoeker - Dat deel van de camera waar je doorheen kan kijken om te bepalen wat er op de foto komt. De meeste compact camera’s hebben geen doorzichtzoeker meer, maar alleen nog een LCD-scherm. Daarintegen is een doorzichtzoeker standaard bij spiegelreflexcamera's.

Downloaden – Het transporteren van afbeeldingsgegevens vanuit de camera naar de computer met een kabel aangesloten op de seriële poort (langzaam) of USB-poort (sneller.)
Ook het transporteren van allerlei bestanden van bijvoorbeeld Internet naar de computer.

Dpi (Dots per inch)
- Bij analoge beeldvorming is dit de aanduiding voor o.a. film, fotopapier en drukwerk en ook de resolutie van een printer. Het aantal inktdruppeltjes dat een printer per inch kan afdrukken. Voor de beste print gebruik je de hoogste resolutie van je printer, maar de foto zelf kan een lagere resolutie hebben (zie ppi). Met 150dpi kun je al goede afdrukken maken en hoger dan 300 dpi hoef je eigenlijk niet te gaan. Niet te verwarren met Ppi, hetgeen bij digitale beeldvorming de aanduiding is voor de resolutie van een beeldscherm, camera of scanner.

DRAM
- Dynamic Random Access Memory. Een tijdelijk type geheugen dat leeg wordt gemaakt wanneer de stroom wordt uitgeschakeld.

DRAM-buffer - Alle digitale camera’s hebben een bepaalde hoeveelheid vast geheugen om de beeldverwerking makkelijker te maken voordat het eindresultaat wordt opgeslagen op de geheugenkaart.

DSLR (Digital Single Lens Reflex)
- Aanduiding voor digitale spiegelreflexcamera.

DVD (Digital Versatile Disc) - DVD is DVD-video opgenomen op een DVD-R of DVD-RW-schijf, die superieure kwaliteit video en audio bevat. Een DVD kan meer dan een uur video bevatten.

DX code - De DX code is een drieledig coderingssysteem voor fotografische films, uitgevonden door Kodak, waamee informatie over de gebruikte film wordt 'uitgewisseld' met de camera. Het eerste deel is de barcode op de filmcassette. Deze code identificeert de fabrikant, film type (gevoeligheid, aantal beelden etc.) en het te gebruiken ontwikkelproces, welke informatie ook wordt gebruikt door volautomatische ontwikkelmachines. Het tweede deel bestaat uit de barcode op de film zelf, welke pas na ontwikkeling zichtbaar word. Deze barcode bevat de 'klok synchronisatiecode' welke wordt gebruikt voor de berekening van de filmpositie in de camera + het film type, fabrikant en beeldnummer. Het derde gedeelte bestaat uit de metalen contacten aan de buitenzijde van de cassette, waardoor de camera informatie over de film kan 'lezen'. Hoewel het systeem was uitgevonden door Kodak, was het volgens de overleveringen de firma Konica die de eerste camera (Konica TC-X) met het DX systeem in 1985 op de markt bracht.


Dynamic Range - Een meting van de nauwkeurigheid van een afbeelding in kleur of grijswaarden. Meer bits van dynamisch bereik resulteren in het behoud van fijnere gradaties.

E


EVIL - Electronic Viewfinder Interchangeable Lens: Engesle benaming voor een systeemcamera met electronische zoeker en verwisselbare lens. Zie ook Systeemcamera en Hybride Camera.


EXIF (Exchangeble ImageFile Format) - Formaat waarin bij het JPEG- of RAW bestand van de foto informatie wordt opgeslagen (o.a. cameratype, datum, diafragma, sluitertijd en brandpuntsafstand cq zoomfactor).

F

Fibonacci - Italiaans wiskundige, bekend van de 'rij van Fibonacci', waarop o.a. een compositieregel uit de fotografie 'de Gulden Snede' is gebaseerd.

Firmware update
- Een update van de camerasoftware die soms wordt uitgebracht door de fabrikant ter verbetering van de functionaliteit of om een fout te verhelpen. Meestal kan deze update door de gebruiker vanaf Internet worden gedownload en worden geinstalleerd.

Fisheye-objectief - Objectief met extreem grote beeldhoek.

Focus Stacking - Een digitaal beelverwerkingsproces wat gebruikt kan worden voor alle opnamen waarbij een beperkte scherptediepte van toepassing is (o.a. Macrofotografie). Hierbij worden meerdere opnamen, gemaakt met verschillende scherptediepteinstellingen, samengevoegd tot 1 beeld, waardoor een beeld met een grotere scherptediepte dan de originele opname ontstaat.

Fotodiode - De lichtgevoelige elementen op de beeldsensor.

Four Thirds - Aanduiding voor een systeem van spiegelreflexcamera's, waarbij de sensor een beeldverhouding heeft van 4:3, in plaats van de conventionele 3:2 beeldverhouding. Daardoor kunnen lenzen en camera iets kleiner zijn.

Full frame sensor - Full frame sensoren zijn 36 x 24 mm (kleinbeeldformaat) en worden gebruikt in dure, professionele camera’s. De beelddiagonaal is ongeveer 43 mm. Ter vergelijking: Sensoren in compact camera’s hebben een diagonaal van ongeveer 6 tot 11 mm. Bij instapmodellen voor spiegelreflexcamera’s is dat ongeveertot 28 mm.

G

Groothoeklens/objectief - Een lens met een (zoom)bereik van 24 tot 35 mm, waarbij er meer op de foto komt dan bij een standaard lens. Het zoombereik van compactcamera’s begint meestal bij 35 tot 38 mm, maar er zijn ook redelijk wat camera’s met een startwaarde van 27 of 28 mm.

Gulden Snede - Een compostieregel in de fotografie (ook al lang toegepast in o.a. de schilderkunst), welke uitgaat van bepaalde (wiskundig berekende) verhoudingen binnen het beeld en de vlakverdeling om zodoende een esthetisch aangenamere foto te maken.

H

HDV (High Definition Video) - Aanduiding voor een hoge resolutie van videobeelden.

Helderheidsafval - Optische lensfout, waarbij de helderheid van het beeld aan de randen van het beeld kleiner wordt dan in het midden.

High-Key - Verlichtingstechniek, waarbij de foto's hoofdzakelijk in tedere en lichte tinten zijn gehouden.

Histogram - Grafiek die je in fotobewerkingssoftware, maar ook in steeds meer camera’s zichtbaar kunt maken. Als de grafiek helemaal links uitschiet, zit er veel zwart in de foto en is de foto deels onderbelicht. Als de grafiek naar rechts uitschiet, is een deel van de foto juist overbelicht.


Hybride camera - Andere benaming voor een systeemcamera die een kruising tussen een compactcamera en een spiegelreflexcamera vormt. Dehybridecamera beschikt niet over een opklapbare spiegelg, waardor de bouw van het camerahuis wat kleiner kan zijn. Door het ontbreken van de spiegel kijk je dus niet door de lens, maar door een electronische zoeker. De camera heeft (in tegenstelling tot de compactcamera) wel de mogelijkheid om lenzen te verwisselen. Zie ook Systeemcamera en EVIL (Electronic Viewfinder Interchangeable Lens.


Hyperfocale afstand - Is die afstand ten opzichte van de camera, waarachter alle voorwerpen een aanvaardbare scherpte vertonen. Met name in landschapsfotografie, waarbij men zoveel mogelijk alles scherp wil hebben wordt deze techniek gebruikt. Op internet zijn vele calculators en of tabellen te vinden die helpen om deze afstand te berekenen. Alhoewel Wikipedia een formule met andere letteraanduiding laat zien (gelijke uitkomst), zie je de algemene formule om deze te berekenen hieronder,
waarbij b = hyperfocale afstand, f = brandpuntsafstand objectief, u'= verstrooiingscirkel objectief, k = diafragma.

b =  
 f ²
      u’. k  


I

Invulflits- Een methode om schaduwen in de voorgrond (onderwerp) op te helderen (bijv. bij tegenlicht), waarbij ook de intensiteit van het omgevingslicht intakt blijft.

IPTC-gegevens - Standaard van de International Press Telecommunications Council. Bedoeld om extra gegevens aan de foto toe te voegen naast de EXIF gegevens die door de camera aan het bestand meegegeven worden.

IS- Afkorting voor Image Stabilisation, ofwel beeldstabilisatie.

ISO-waarde - Norm voor lichtgevoeligheid (van de film bij analoog en de sensor bij digitaal). Bij mooi weer is een ISO-waarde van 100-200 normaal en bij slecht weer of weinig licht gebruik je meestal 400 of hoger. Bij een sommige camera’s kun je de ISO-waarde instellen van 50 tot 6400. Andere camera’s hebben een kleiner bereik. Hoe hoger de ingestelde ISO-waarde, des te meer beeldruis. Soms zijn nog hogere waarden mogelijk, maar dan is het aantal megapixels beperkt.

J

JPEG (ook JPG) - Het meest gebruikte formaat om foto’s in op te slaan, waarbij (door compressie) altijd kwaliteitsverlies ontstaat. Er wordt minder kleurinformatie opgeslagen omdat het menselijk oog toch niet alles kan zien. De manier waarop dat wordt gedaan verschild per camera en is van invloed op de beeldkwaliteit. Elke keer als je iets aan een Jpeg-bestand verandert en opslaat, gaat de kwaliteit iets achteruit omdat het na een verandering helemaal opnieuw berekend wordt.

K

Kleinbeeldformaat - 36 x 24 mm. Afmeting van kleinbeeldnegatief (analoge fotografie). Zie ook Full frame sensor.

Kleurbalans - De nauwkeurigheid waarmee kleuren van een opname overeenkomen met de oorspronkelijke scène.

Kleurcorrectie - Aanpassen van kleur in een foto om een optimale kleurinstelling te bereiken of kleurzweem te verwijderen.

Kleurruimte
- Digitale camera’s kunnen bekende kleurprofielen gebruiken voor het genereren van hun beelden. De meest voorkomende zijn sRGB of AdobeRGB en deze informatie, samen met de camera en belichtingsgegevens wordt opgeslagen in de Exif header van het JPEG-bestand. Deze kleurruimte informatie zorgt ervoor dat grafische programma's en printers een referentie hebben tot het kleurprofiel dat de camera heeft gebruikt tijdens de opname.

Kleurweergave
- De nauwkeurigheid waarmee kleuren van een opname overeenkomen met de oorspronkelijke situatie.

L

Lens - In de volksmond gebezigde naam voor het ‘objectief’  die bij een camera zit (of er deel van uitmaakt). Een objectief bestaat uit meerdere lenzen en een lens is officieel maar één stuk geslepen glas.

Lichtveld fotografie (zie ook 'Plenoptische fotografie' en 'After Focus Camera') - In
plaats van de gebruikelijke twee dimensies met een normale camera, leg je bij lichtveld fotografie bij elke opname direct vier dimensies vast. Niet alleen de positie en de intensiteit van een lichtstraal op de beeldsensor worden opgeslagen, maar ook de richting vanwaaruit het licht is ingevallen. De camera kan dit vastleggen dankzij een raster van microlenzen voor de sensor. Het eerste type camera voor de consumentenmarkt, de Lytro camera, is in 2011 geintroduceerd. Het voordeel is dat je ná de opname kunt scherpstellen.

Lithium-Ion accu - Lithium-ionaccu's ("Li-ion-accu"), zijn accu's die vaak in consumentenelektronica worden gebruikt, vooral vanwege hun hoge energiedichtheid.


Live-view/Live preview - Een functie op spiegelreflexcamera’s die het mogelijk maakt om de foto die je gaat maken op het scherm te zien. Bij spiegelreflexcamera’s kon je voorheenfoto pas op het scherm zien als deze in het geheugen opgeslagen was.

Low-Key - Verlichtingstechniek, waarbij slechts de voor het beeld belangrijke elementen helder worden verlicht en de rest donker wordt gehouden.

Lumen - (lm) Is de eenheid voor lichtstroom en is de som van al het uitgestraalde licht ongeacht de richting waarin het licht straalt (zie ook Candela en Lux).

Lux - (lx) is de hoeveelheid licht (lumen) dat op een bepaald oppervlak komt. 1 Lux = 1 Lumen/m
² (zie ook Candela en Lumen).

M

Macrofotografie - Officieel betekent ‘macro’ dat het onderwerp van de foto op ware grootte of groter op het oppervlak van de sensor terecht komt. Macrofotografie gaat van ware grootte (1:1) tot een vergroting van 50 keer. Bij ‘close-up’ fotografie denken fotografen aan ware grootte tot een vergroting van 10 keer. De macrofunctie van een camera zorgt ervoor dat het autofocus systeem veel dichterbij probeert scherp te stellen.

Megapixel - Resolutie van 1 miljoen pixels. Een 1 megapixel digitale camera zou bijvoorbeeld een resolutie van 1152x864 pixels hebben.

Megazoom - zie ‘bridge camera’

Metadata/Metagegevens - Gegevens over ‘informatie’, in dit geval gegevens over digitale foto’s (zie ook EXIF-gegevens).

MFT - Micro Four Thirds. Aanduiding voor een systeem van spiegelloze camera's met verwisselbare lenzen. Dit wordt gebruikt door Olympus en Panasonic. In dit systeem wordt dezelfde sensor gebruikt als in het FourThirds-systeem, maar de lenzen en camera's zijn kleiner door het ontbreken van het spiegelsysteem.

Moiré - Dit is een verschijnsel dat zich kan voordoen als twee of meer gerasterde beelden op elkaar worden gedrukt en ook al voorkwam in analoge fotografie. Bij digitale fotografie uit het zich in het verschijnen van vreemde strepen of kleuren in een digitale afbeelding die is gemaakt met een duurdere digitale camera of die is gescand met een scanner. Dit moiré-effect ontstaat als het onderwerp (zoals het weefpatroon van een stof of zeer dicht op elkaar staande evenwijdige lijnen in architectuurfoto's) een fijn patroon bevat dat samenvalt met het patroon van de beeldchip. Als deze twee patronen elkaar overlappen, ontstaat er vaak een derde patroon. Dit derde patroon wordt moiré genoemd.
Om moiré te verminderen (of verwijderen) is bij de meeste digitale camera's een speciaal anti-aliasing filter in de camera geplaatst. Als het filter te sterk is, levert dit een waziger foto op die echter is geen moiré bevat. Als een zwakker filter wordt gebruikt, zal de afbeelding scherper zijn, maar is de kans groter dat in sommige omstandigheden toch moiré optreedt. De meeste Nikon camera's zijn zo ontworpen dat ze een zo scherp mogelijke foto opleveren, waarbij tegelijk zo veel mogelijk moiré wordt verwijderd (zie uitzonderingen o.a. Nikon 800E). In bepaalde omstandigheden kan er echter toch moiré voorkomen in foto's, aangezien dit soms onvermijdelijk is. Indien moiré aanwezig is op de digitale afbeelding kan dit vaak worden verwijderd via fotoprogramma's zoals o.a. Photoshop, of Nikon Capture. Er zijn ook camera's zonder anti-aliasing filter, waardoor de afbeeldingen scherper zijn wanneer ze geen moiré bevatten. Voorbeelden hiervan zijn de Nikon 800E, Pentax 645D en camera's die een Foveon sensor van Sigma gebruiken.


N

ND-filter (neutral density)
- Grijsfilter dat voor de lens geplaatst wordt. De functie is een deel van het licht tegen te houden. Een ND-filter met waarde 2 houdt 50% van het licht tegen. De bedoeling kan bijvoorbeeld zijn om bij veel licht toch een grotere diafragmaopening te kunnen gebruiken (met bijhorende kleine scherptediepte), of om een lange sluitertijd te kunnen gebruiken om bewegingsonscherpte te verkrijgen.

NiCd accu - De Nikkel-cadmium-accu (NiCd) is een droge accu (oplaadbare batterij) op basis van nikkel en cadmium. In de accu zijn geen vloeistoffen aanwezig.

NiMH accu - Nikkel-metaalhydride-accu's (NiMH) zijn oplaadbare batterijen op basis van nikkel en een metaalhydride.

O

Objectief - Het totaal van meerdere lenzen (zie ook lens).

Onderwaterfotografie - Vorm van fotografie onder water tijdens duiken, snorkelen of zwemmen. Deze vorm van fotografie stelt bijzondere eisen, zowel aan de techniek van de duiker, als aan die van de apparatuu
r. Er kan gebruikt worden gemaakt van speciale onderwatercamera's en flitsers of waterdichte behuizingen voor 'normale' camera's.

Optisch zoombereik - Het zoombereik dat gerealiseerd wordt door de lenzen in de camera, zonder gebruik te maken van digitale zoom

P

Parallax - Het verschijnsel dat men in in de zoeker een ander gedeelte van het beeld ziet (iets verschoven) als op de uiteindelijke opname. Komt met name voor bij (niet spiegelreflex) camera's waarbij men 'niet door de lens kijkt'.

Pictbridge - PictBridge is een open standaard, waarmee een digitale camera direct aan een printer gekoppeld kan worden om foto’s te printen, zonder tussenkomst van een computer.

Plenoptische fotografie (zie ook 'Lichtveld fotografie' en 'After Focus Camera' -
In plaats van de gebruikelijke twee dimensies met een normale camera, leg je bij lichtveld fotografie bij elke opname direct vier dimensies vast. Niet alleen de positie en de intensiteit van een lichtstraal op de beeldsensor worden opgeslagen, maar ook de richting vanwaaruit het licht is ingevallen. De camera kan dit vastleggen dankzij een raster van microlenzen voor de sensor. Het eerste type camera voor de consumentenmarkt, de Lytro camera, is in 2011 geintroduceerd. Het voordeel is dat je ná de opname kunt scherpstellen.

Polarisatie-filter - Een filter dat slechts licht doorlaat, dat trilt in
één enkele richting, waarvan de golven dus in één richting gepolariseerd zijn. Polarisatiefilters worden met name gebruikt om ongewenste spiegelingen en reflecties uit te schakelen, omdat deze (met uitzondering van die op metalen oppervlakken bestaan uit gepolariseerd licht. Er zijn twee typen pola-filters, nl: Het lineair Pola-filter, welke een bepaalde meetonzekerheid heeft bij gebruik op spiegelreflexcamera's en het circulair pola-filter welke deze meetonzekerheid niet heeft. Pola-filters werken bovendien contrast verhogend en maken de kleuren meer 'verzadigd'.

Ppi (Pixels per inch) - Bij digitale beeldvorming is dit de aanduiding voor de resolutie van een beeldscherm, camera of scanner. Niet te verwarren met Dpi, aangezien dit wordt gebruikt voor de beeldvorming op analoge media zoals printers, film, fotopapier en drukwerk.

Primaire kleuren - Dit zijn zeer krachtige kleuren: rood, geel en blauw. Dit zijn de enige kleuren, die niet door menging van andere kleuren samengesteld kunnen worden. Dat is het verschil met secundaire kleuren. Gebruik deze kleuren wel in dezelfde kleurhoogte, wat over het algemeen niet eenvoudig zal zijn. Vaak zijn deze kleuren vermengd met zwart, wit of een andere kleur. De kracht verdwijnt dan.

Priority mode (voorkeursinstelling)- Een meer geavanceerde camera beschikt over priority modes. Je kunt daarmee sluitertijd óf diafragma zelf bepalen en zo 'voorrang aan 1 van de twee geven'. Als de sluitertijd voorrang heeft, wordt het diafragma daaraan aangepast en vice versa. Dit is makkelijker dan volledig handmatig instellen, waarbij je beide instellingen zelf moet bepalen.

Q

R

RAW-formaat - Alle spiegelreflexcamera’s en sommige ‘bridgecamera’s’ kunnen foto’s onbewerkt, dus zonder compressie in RAW-formaat opslaan. In dit RAW-formaat zijn nog geen pixels berekend, maar is alleen vastgelegd hoeveel licht elke fotodiode op de sensor heeft opgevangen. RAW-bestanden zijn véél groter dan JPEG-bestanden, kunnen niet zomaar door alle software gelezen worden en moeten bijna altijd bewerkt worden.

Reflectie - Het terugkaatsen van straling bij de overgang naar een stof met een afwijkende golfimpedantie. De gerichte reflectie van licht wordt een spiegeling genoemd.

Refractie (Lichtbreking) - Het verschijnsel dat lichtstralen van richting veranderen als ze van het ene medium (doorzichtig) in het andere terecht komen.

Resolutie - De resolutie van een digitale foto geeft aan hoe gedetailleerd hij is. Resolutie wordt uitgedrukt in beeldpuntjes per inch (zie ook: dpi of ppi). Hier geldt altijd: hoe meer puntjes, des te hoger de resolutie en hoe groter het bestand.

Regel van derden- Een compositieregel gebruikt in de fotografie om een foto esthetisch aangenamer te maken. Het beeld wordt denkbeeldig in 9 vlakken verdeeld (trek 2 horizontale en 2 verticale lijnen), waarbij het interessante deel van het onderwerp op 1 (of meerdere) snijpunten wordt gelegd.   

RGB - Rood, groen en blauw, de basiskleuren waaruit alle andere kleuren op computerbeeldschermen samengesteld kunnen worden.

Richtgetal - Aanduiding voor de hoeveelheid licht die een flitser kan produceren. Voorbeeld: als je met een flits met richtgetal 32 iets wilt fotograferen op 4 meter afstand, moet je diafragmawaarde 8 gebruiken (32/4=8). Een richtgetal geldt bij ISO waarde 100.

Ruis - zie Beeldruis.

S

Scannen - Het omzetten van een beeld op papier naar een digitaal beeld met een scanner.

Secundaire kleuren - Een secundaire kleur is bijvoorbeeld oranje, dat ontstaat door menging van rood en geel, of groen, dat zijn bestaan dankt aan de menging van blauw met geel. Of violet, de menging van/en overgang tussen rood en blauw. Tussen dat rood en oranje ligt een wereld van schakeringen. Het ligt er maar aan, hoeveel rood en geel er gemengd wordt. Tussen dat blauw en groen ligt weer een andere nuanceringswereld: afhankelijk van, hoeveel blauw en geel gemengd wordt. Zo is het ook met violet: het komt aan op de verhouding van beide componenten.

Scene
- Instelling op de camera waarbinnen je kunt kiezen voor verschillende belichtingsprogramma's, geschikt voor verschillende situaties/scenes (zie ook SCN).

Scheimpflug - De wet van Scheimflug, welke bepalend is voor het verloop van de scherptediepte in een foto, zegt dat als lens- en filmvlak (lees sensorvlak bij digitaal) niet parallel (evenwijdig) lopen, geen van tweeën parallel zal zijn aan het scherptevlak. En het scherptevlak zal lens- en filmvlak daar ontmoeten waar beide elkaar snijden. Dit geldt ook voor de situatie waarin lens- en filmvlak wel parallel aan elkaar staan (zoals bij de 'starre camera'), omdat de drie (scherptevlak, lensvlak en filmvlak) elkaar dan snijden in "oneindig".

Scherptediepte
- Welk deel van de foto scherp weergegeven wordt en welk deel als achter- of voorgrond: Veel scherptediepte: uitzoomen, verder weg gaan staan en een kleine diafragma-opening (=hogere waarde). Weinig scherptediepte: inzoomen, dichterbij gaan staan (scherpstellen mogelijk probleem) en een grote diafragma-opening (=lagere waarde). Zie ook hier.

SCN - Veel voorkomende afkorting op camera's voor 'scènes'. Zie ook: belichtingsprogramma.

SD-kaart (Secure Digital)- Het meest populaire type geheugenkaart, gebaseerd op het oudere type Multi Media Card (MMC), maar dikker en een hogere schrijf- en leessnelheid. De oude MMC-kaarten passen en werken ook in een SD-gleuf, maar niet omgekeerd.

SDHC-kaart (SD High Capacity) - SD-kaarten van 4 tot 32 GB. In oudere apparaten met alleen het SD-logo zijn SDHC-kaarten niet te gebruiken. SD heeft de strijd onder de geheugenkaarten qua populariteit (en prijs) gewonnen.

SDXC - SD-geheugenkaart met een capaciteit vanaf 32 GB. Kan niet gebruikt worden in SD- of SDHC-kaartlezer.

Sensor - Zie Beeldsensor.

Serie-opnamen
- Als je de camera instelt op serie-opname (indien aanwezig), dan maakt de camera meerdere foto’s snel achter elkaar als je de ontspanknop ingedrukt blijft houden. De snelheid en het maximum aantal opnamen achter elkaar verschilt per camera.

Sferische abberatie - Dit is een fout van enkelvoudige optische lenzen en lenssystemen die wordt veroorzaakt doordat bij een zuivere bolvorm parallelle lichtstralen die op verschillende afstanden van de optische as binnenvallen niet in hetzelfde brandpunt samenvallen
. Deze bolvorm veroorzaakt dat lichtstralen aan de rand van de lens sterker gebroken worden dan die, welke door het midden gaan. Door verder te diafragmeren kan deze fout worden verminderd of zelfs opgeheven.

Shutter - Engelse term voor sluiter.

Shutterspeed - Engelse term voor de tijd die verstrijkt tussen het openen en het dichtgaan van de sluiter (zie Sluitertijd).

SLR (Single Lens Reflex)- Aanduiding voor spiegelreflexcamera.

Sluitertijd- Een foto heeft een bepaalde hoeveelheid licht nodig voor een goed resultaat. De sluitertijd bepaalt hoe lang het licht door de beeldsensor wordt vastgelegd: Sluitertijd korter --> donkerder foto, maar minder kans op onscherp beeld door beweging; Sluitertijd langer --> lichtere foto, maar meer kans op onscherp beeld.

Sluitertijd-prioriteit / voorkeur - Op de camera meestal aangeduid met S (Shutter) of Tv (Time value) In deze stand kies je zelf de sluitertijd en de camera kiest automatisch de bijbehorende diafragma-opening

Spiegelreflexcamera– Een camera heet een spiegelreflexcamera als het licht dat door de lens naar binnen valt, via een spiegel en een zogenoemd pentaprisma zichtbaar wordt in de (doorzicht)zoeker. Op het moment dat je op de knop drukt, klapt de spiegel naar boven en opent de sluiter, waardoor het beeld gedurende de vastgestelde belichtingstijd op de sensor komt.

Stop-Motion - Dit
is evenals Time-Lapse fotografie een techniek die zich bevind tussen fotografie en film. Het komt er op neer dat men steeds een foto (frame) maakt van een voorwerp wat steeds een beetje wordt aangepast. Iedereen kent wel de animatiefilmpjes die worden gemaakt met kleifiguurtjes (dit noemt men claymation). Het is een zeer tijdrovend proces omdat tussen iedere opname door de stand (van bijvoorbeeld een kleifiguurtje) moet worden veranderd alvorens men de volgende foto kan maken. UIteindelijk worden alle losse opnamen tot 1 film gemonteerd. Om een vloeiend beeld te krijgen moet men de film afspelen met 24 frames per seconde. Gebruikt men minder frames dan ziet het resultaat er wat schokkerig uit, alhoewel dit ook weer een leuk effect kan geven.

Strobist - Een persoon die
één of meerdere flitsers, los van de camera gebruikt om zodoende de belichtingskwaliteit van zijn of haar foto's te verbeteren (strobist fotografie).

Stroboscopisch flitsen - Een techniek, met name gebruikt om verschillende stadia van beweging binnen
één foto te 'vangen'.

Supergroothoeklens - Een lens met een (zoom) bereik van 13-20 mm. Komt over het algemeen niet voor bij compactcamera’s.

Supertelelens - Een lens met een (zoom)bereik van 400 mm of meer.

Systeemcamera -
Een systeemcamera is een digitale camera met verwisselbare lenzen zonder een (opklapbare) spiegel voor het zoekersysteem. Engelse termen voor dit type camera zijn: Mirrorless, ILC (Interchangeable-Lens Compact), EVIL (Electronic Viewfinder Interchangeable Lens), MILC (Mirrorless Interchangeable-Lens Camera), CSC (Compact System Camera), MSC (Mirrorless System Camera) of DSLM (Digital Single Lens Mirrorless). Zie ook Hybride camera en EVIL (Electronic Viewfinder Interchangeable Lens.


sRAW - Deze afkorting staat voor "Small Raw" of "Small Resolution Raw" en is een bestandsformaat wat zich bevind tussen JPEG en RAW. Dit formaat is geintroduceerd door Kodak (origineel 10-bit) en later gebruikt door o.a Canon en Nikon. Een van de voordelen is dat de files/bestanden kleiner zijn dan in het RAW-formaat. Voor verdere uitleg, zie hier.

T

Tegenlicht - Doordat het onderwerp een felle lichtbron op de achtergrond heeft, kan het gebeuren dat de foto “onderbelicht” raakt. De voorgrond wordt dan te donker.

Telelens - Een lens waarmee je onderwerpen die ver weg staan, op de foto 'dichterbij kunt halen'. De foto wordt wel 'platter': objecten lijken dichter bij elkaar te staan dan wanneer je de foto van dichterbij maakt.

Time Lapse Fotografie - Dit is
een techniek waarbij er minder beelden (foto's) per tijdseenheid opgenomen worden dan de zgn. 'framerate' bij het afspelen. Dit levert een versnelde film op, waardoor effecten (bijv. zaadje groeit tot plant) zichtbaar gemaakt kunnen worden die normaal te traag zouden verlopen om zichtbaar te zijn.

Thumbnail - Afbeelding op postzegelformaat: een kleine, lage-resolutieafbeelding van een groter beeldbestand voor het snel opzoeken en bekijken van afbeeldingen.

U

Uploaden
- Het verzenden van bestanden of gegevens van de ene (client) naar de andere (server) computer.

USB
- Standaard-interface voor het uitwisselen van data tussen computer en randapparatuur. Een USB-verbinding heeft altijd een host en een device. Host is de master: dit is meestal een computer die opdrachten naar een printer stuurt, maar het kan ook een Pictbridge-compatibele printer zijn die de foto's van een camera inleest. Device is de slave: dit kan een kaartlezer zijn (of de camera die als kaartlezer werkt), maar ook een printer is een slave als het printopdrachten van de computer ontvangt.
Een USB-verbinding is een point-to-point-verbinding tussen twee apparaten. Er moet altijd een master en een slave zijn (te zien aan de vorm van de USB connector); een USB-verbinding kan niet gebruikt worden om een netwerk aan te leggen tussen twee computers. Maar bepaalde toestellen (printers) kunnen zowel werken als slave (printopdrachten ontvangen van de computer) en als master (foto's inlezen van de camera): deze toestellen moeten dan 2 USB aansluitingen hebben, want wie slave of master is wordt bepaald door de vorm van de USB connector (USB-A of USB-B)

USB stick - Een USB-stick (ook wel:
USB-staafje of insteekgeheugen genoemd) is een extern opslagmedium voor de computer dat door middel van een USB-poort aangesloten kan worden.

UV-filter
- Als accessoire bij een fototoestel wordt soms een UV-filter aangeraden. Een UV-filter is in het algemeen zinloos, op zeeniveau zit er bijna geen UV-straling in het licht, de minime hoeveelheid wordt door het glas van de lenzen tegen gehouden. Een UV-filter wordt ook vaak gebruikt om het glas van het objectief te beschermen tegen krassen.

V

Vertekening - Een optische lensfout, waarbij vooral aan de rand van het beeld rechte lijnen van het onderwerp iets gekromd worden weergegeven. We noemen dit 'Tonvormige vertekening' als de lijnen naar buiten toe zijn gekromd en 'Kussenvormige vertekening' wanneer de lijnen naar binnen toe zijn gekromd. Bij zoom-objectieven heeft deze fout vooral gevolgen als je helemaal in- of uitzoomt. Dan kunnen horizontale of verticale lijnen aan de randen van de foto vervormen.

Vertragingsfilter - Zie ND-filter (neutral density filter).

Verzadiging - Bij felle kleuren spreek je over verzadigde kleuren. Bij een lage verzadiging zijn kleuren fletser. Bij zwart-witfoto's is de verzadiging nul.

Vibratiereductie - Zie: beeldstabilisatie.

Vignettering - Vooral voorkomend bij lichtsterke objectieven, waarbij de (door de vrij lange buisvormige bouw van een objectief), de lichtsterkte voor iets schuininvallende stralen sterk afneemt. Dit is zichtbaar aan donkere hoeken in het beeld. Dit verschijnsel kan over het algemeen worden verminderd/opgeheven door sterker te diafragmeren.  

W

Watermerk – Half doorschijnend logo of naam die in een afbeelding opgenomen wordt om aan te geven wie de eigenaar van de foto is.

Wi-Fi - Een bepaalde standaard om draadloos (via radiofrequenties) samen te werken met andere Wi-Fi apparaten.

Witbalans - 'De meeste camera's hebben een 'automatische' witbalans instelling, maar gaan soms in de fout, met name als er sprake is van menglicht of een afwijkende kleurtemperatuur. Daarom kan de witbalans veelal ook handmatig worden ingesteld (gebruik een wit vel papier of grijskaart - zie handleiding van je camera). Het effect van de witbalansinstelling is dus dat je de kleuren in de foto corrigeert rekening houdend met het licht waarin de foto werd genomen. Niet alle typen licht leveren namelijk dezelfde typen kleurverdeling op in het lichtspectrum. Wij zien dat niet altijd, omdat onze hersenen de verschillende kleuren automatisch compenseren (we weten dat een vel papier wit is, dus we zien het ook als wit), maar een camera is hier veel gevoeliger voor. Hierdoor kan het gebeuren dat ondanks dat wij wit TL licht zien dat de camera een blauwe waas op de foto laat zien. Gloeilampen produceren vooral licht in het rode en gele deel van het spectrum en daarom krijg je gele/oranje foto’s als je binnen zonder flits fotografeert. Met de witbalans stellen we in welke delen van de foto echt wit zijn en dus wat de neutrale kleur is. Als je in "RAW-formaat"fotogafeert kun je de witbalans ook achteraf in je fotobewerkingprogramma corrigeren. Als het belangrijke opnamen betreft, beveel ik aan om een "kleurenreferentiekaart" mee te fotograferen op 1 van de opnamen. Aan de hand van deze referentiefoto kun je de witbalans corrigeren (als de kleuren van de referentiefoto op je monitor exact gelijk zijn aan die op de kaart - calibreer je monitor!) weet je dat de witbalans correct is. Zie ook het menu "Witbalans".

X

XD-kaart (eXtreme Digital) - Type geheugenkaart dat nog gebruikt wordt door Olympus en voorheen doorMinder gangbaar dan SD(HC)-kaartjes.

Y

Z

Zoeker (type) - Bij de meeste compact camera’s gebruik je het scherm op de achterkant als zoeker: daar ‘zoek’ je tot je in beeld hebt wat je op de foto wilt zetten. In het algemeen kom je 3 soorten zoekers tegen. Bij een spiegelreflexcamera kijk je via een spiegel echt door de lens, bij compact camera’s met een doorsnee zoombereik kijk je wel echt door de camera heen, maar niet via de lens en bij compact camera’s met een groot zoombereik kijk je niet écht door de camera heen, maar zie je in de camera een heel klein LCD-schermpje zitten.

Zoomreflector - Zorgt ervoor dat het bereik van de flits aangepast wordt als je in- of uitzoomt.

Zoombereik - Het zoombereik geeft aan hoe ver u camera-objectief in- en uit kunt zoomen (van dichtbij tot veraf) en wordt aangegeven in mm.

Zoomfactor - Geeft aan hoeveel keer het beeld dichterbij te halen is met de zoomlens. De factor wordt berekend door de hoogste waarde van het zoombereik te delen door de laagste waarde van het zoombereik. Bijvoorbeeld een objectief van 24-840 mm heeft een (optisch) zoombereik van 35x.

Zoomlens (eigenlijk zoomobjectief) - Een objectief met variabele brandpuntsafstand.

Zoom (optisch) - Optische zoom is de mogelijkheid door middel van verandering van de brandpuntsafstand (in- uit zoomen) het beeld dichterbij te kunnen halen. In tegenstelling tot digitale zoom is dit een belangrijke eigenschap voor een zoomobjectief.

Zoom (digitaal) - Bij digitale zoom wordt elektronisch een gedeelte van het beeld uitgesneden en vergroot. Het gevolg is verlies aan beeldscherpte.

 

Copyright 2011-2018 All rights reserved Webdesign: Hans Schalk
Terug naar de inhoud

Aantal bezoekers